Voor kappersklant ‘in de kleur’ is er nu even geen tijdschrift

Jun 11 , 2020

Voor kappersklant ‘in de kleur’ is er nu even geen tijdschrift

Cruciale beroepen De kapper is blij weer te kunnen werken, maar de omstandigheden zijn lastig – klanten mailen, beschermingsmiddelen, desinfecteren. En blijft de zaak overeind als de drukte straks voorbij is?

Teressa Elema aan het werk in haar salon Haarstijl in Amsterdam.
Teressa Elema aan het werk in haar salon Haarstijl in Amsterdam.Foto Ilvy Njiokiktjien

Ze werkt al weken elf uur per dag en eigenlijk „kan ze niet meer”, geeft Teressa Elema (47) toe. Toch is ze vooral dankbaar dat haar kapperszaak Haarstijl in Amsterdam op 11 mei weer open mocht en dat ze nog steeds helemaal volgeboekt is. „Toen de zaak dicht moest, was ik nog bang dat de klanten niet meer terug zouden komen. Maar ze staan te trappelen.” Elema had niet verwacht dat de drukte zo lang zou aanhouden.

De gesprekken met de klanten gaan deze vrijdagmiddag over het weer, de kinderen en de juiste haarverf. De urgentie van onderwerpen als ‘het virus’ en ‘de maatregelen’ is dan misschien wat afgenomen, Elema heeft haar inrichting en werkwijze flink moeten aanpassen om aan het protocol van de Algemene Nederlandse Kappers Organisatie (ANKO) te kunnen voldoen. De klanten krijgen vierentwintig uur voor hun afspraak een e-mail met vragen over hun gezondheid, wie binnenkomt moet eerst zijn handen ontsmetten, er staat een scherm van plexiglas tussen stoelen, koffie of thee komt in papieren wegwerpbekertjes en tussen de klanten door is Elema druk met desinfecteren.

Toen Nederland midden maart in ‘intelligente lockdown’ ging, werden kappers aangemerkt als ‘niet-cruciaal’, wat betekende dat ze het werk tijdelijk moesten neerleggen. Het gemis was groot: de uitdrukking ‘coronakapsel’ was geboren en minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) demonstreerde vanuit zijn woonkamer hoe je met digitale kappershulp je huisgenoten van dode puntjes kon afhelpen.

Protocol is minimum

Volgens cijfers van de ANKO zijn vijftigduizend mensen werkzaam in de kappersbranche, onder wie zevenduizend ondernemers met personeel en twintigduizend zzp’ers. De organisatie heeft aan de hand van de RIVM-regels een protocol opgesteld waarin zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de werkbaarheid. „Het protocol is het minimum, maar je mag er zelf altijd voor kiezen om méér te doen”, legt een woordvoerder uit. Het dragen van een mondkapje is daar een goed voorbeeld van.

Elema laat de klant kiezen of ze een mondkapje draagt. „Sommige klanten dragen zelf een mondkapje en vinden het prettig als ik dat ook doe. Er zijn ook klanten die het wel van mij vragen, maar het vervolgens zelf niet willen doen. Ik doe het dan maar gewoon en zeg er niets van.”

Communicatie wordt wel belemmerd als zowel kapper als klant een mondkapje draagt

Het valt de ANKO op dat flink wat kappers de eerste week wel begonnen met het dragen van mondkapjes, maar dat er ook al veel mee gestopt zijn. Het valt hun zwaar het de hele werkdag op te houden. Elema heeft daar geen problemen mee, zegt ze, maar de communicatie wordt er wel door belemmerd als zowel kapper als klant er een draagt. „Je verstaat elkaar niet, dus moet je hem toch steeds weer opzijdoen als je iets wilt zeggen.”

Er zijn meer punten waarop het met de ‘werkbaarheid’ niet meevalt. „De plastic kapmantels die klanten om moeten, zijn vreselijk warm.” En de optionele kap van plexiglas die ze voor haar gezicht kan dragen beslaat snel en dan ziet ze niets meer.

Ze vindt het jammer dat ze geen tijdschriften kan neerleggen. „Klanten die drie kwartier in de kleur zitten, lezen graag een boekje.” Volgens de desinfectieregels zou bij wijze van spreken iedere bladzijde afzonderlijk gereinigd moeten worden.

Champagne

„Gewaardeerd” en „gezegend” zijn woorden die Elema gebruikt als ze het heeft over de aanmoedigingen die ze de afgelopen maanden van haar klanten kreeg. Ze ontving niet alleen tal van kaartjes, telefoontjes en een enkele fles champagne, maar ook financiële ondersteuning. „Ik had een klant die voor twee behandelingen betaalde. Er waren ook mensen die tijdens de sluiting tegoedbonnen van me wilden kopen.” Erg aardig natuurlijk, maar dat durfde Elema niet aan: „Wat als mijn zaak kapot zou gaan en ik die mensen terug zou moeten betalen?”

Die zorg was niet irreëel. Ondanks het steunpakket van de overheid, waaronder een eenmalige vergoeding van 4.000 euro en een aanvulling van het inkomen tot het sociale minimum, is er volgens de ANKO inderdaad een flinke stijging van het aantal kapperszaken dat de deuren moet sluiten. Hoeveel het er precies zijn, is nog niet te zeggen. Een woordvoerder van de ANKO verwacht dat er nog steeds kapperszaken zijn die het financieel zwaar hebben wanneer de eerste drukte voorbij is. De regels over de anderhalve meter en ontsmetten kosten ruimte en tijd. Niet iedereen kan op volle kracht draaien.

Bovendien kun je de geleden schade nooit meer helemaal inhalen, vreest Elema. Ze moest niet alleen van 15 maart tot 11 mei dicht, ook in de maand daarvoor was het al uitzonderlijk stil. „Ik denk dat veel mensen zich al zorgen maakten over het coronavirus. Ik heb nog nooit zo veel afmeldingen gehad.”

En de vaste lasten lopen door. Voor Elema, die sinds 1996 op de populaire Haarlemmerdijk in het centrum van Amsterdam zit, is vooral de huur een bron van zorg: die bedraagt maandelijks al rond de 2.500 euro. Ze had nog geluk dat ze al een tijdje geen personeel had. Ook al komt de overheid voor het grootste deel in de kosten voor werknemers tegemoet, iedere euro telt. „Hoeveel verlies ik heb geleden? Een kwartaalomzet, denk ik. Maar daar moet ik het eerst nog met mijn boekhouder over hebben.”

Toen de kapperszaken net weer open mochten, kreeg de ANKO vooral vragen over de omgang met het protocol (hoe vaak moet je schoonmaken?). Daarna gingen de meeste telefoontjes over het personeel (mag ik mensen vragen om extra te werken nu het zo druk is?). Inmiddels willen de ondernemers vooral weten hoelang het nog gaat duren met die maatregelen. De ANKO kan daar geen antwoord op geven. „Wij volgen de richtlijnen van het RIVM. De overheid bepaalt uiteindelijk hoe het verder gaat.”